ik ben te veel. ik glans te fel, vreet tot ik barst, ben niet mezelf. feest te lang, tot te vroeg, praat te luid, lach te hard, slaap te lang, dans mijn lichaam te moe, denk mijn gedachten te uitgebreid, voel te omvangrijk en tegelijk te miniem, hou op een afstand, gooi gans de wereld onder te snel stappende nieuwe sandalen, vrij te hevig, verfoei de liefde.

ik maai het gras van groeiende emoties en veeg hartelijkheden weg. ge komt er niet bij. niet nu. nooit. het is niet voor u bestemd. niet vandaag, niet morgen. de tijd is van mij, de klok tikt de seconden weg en voor ik het besef ben ik een gevoel verder en zijt gij mij kwijtgeraakt op de weg die wij ooit samen gingen.

ik betreur het niet. want ik kan de inkapseling van wat was niet bereiken en er staan andere ervaringen op het plan die ik moet zien te vervolmaken voor ik u – misschien – weer kan vinden.

nieuwigheden zijn opluchtend, zoals gij weet als niemand anders. maar ‘niemand’ is slechts een begrip dat een betekenis heeft gekregen dat haar naam niet waard is. hoe kunnen wij ooit pretenderen de waarheid te bezitten als juist dat hetgene is dat geen recht op een menselijk bestaan heeft?