verbrand hout. dat is de geur die in de kleding hangt die ik gisteren aanhad. het zoveelste ‘kampvuurfeestje’ bij mijn podiumvriendin deze vakantie was heerlijk, maar mijn ogen vielen toe door de warmte van het vuur. mijn podiumvriendin en ik waren net terug van drie dagen zee. we hebben drie dagen amper een poot verzet, van het hotel naar het strand naar een restaurant naar een café naar het strand in de nacht naar het hotel naar de winkelstraat naar het strand. zoiets. dat allemaal in het gezapige tempo dat bejaarde dames zo siert. maar bejaard waren we niet. oh nee, stout en rebels en een heel klein beetje stiekem en giechelend. en zonnebrillen kopend. voor het eerst in twaalf jaar heb ik een nieuwe zonnebril gekocht. zo trots als wat showde ik de hele dijk mijn nieuwe gezicht, mét lenzen en én zo’n maffe vliegenierszonnebril.

ge had het moeten zien, twee jonge hippe madammen al ginnegappend het badstadje verkennend, echte bruine kroegen binnenstappend en pintjes drinkend aan anderhalve euro, hele gesprekken voerend met oude zeemannen.

het was het gevoel van vrijheid. dat gevoel dat je soms zo hevig kunt ervaren dat het in die mate angstaanjagend mooi is dat je op voorhand weet dat het niet zal blijven duren. er is maar een remedie tegen: die momenten van totale vrijheid zodanig intens beleven, tot het uiterste gaan en de symfonie van gevoelens opslaan in uw hart.

dat is wat wij deden. en het heeft ons goed gedaan. zodus zaten wij daar aan het vuur gisteren en keken naar elkaar. content.