vluchtig kom ik hier mezelf een bezoekje brengen. langs buitenplaneten en verdwaalde spoorbanen in zoet meteorenstof, via reizende grassprieten, doorheen tollende sterrentunnels en dolgedraaide maanvlokjes beland ik voor een luttele vijf minuten in de rust van mijn eigenzinnige woordenspiraal. 

een beetje verdwenen van de aardbol. zo voelt het. omdat de vaste realiteit geen omlijnde vorm lijkt te hebben. geen stevigheid, neen. de vaste realiteit vervaagt aan de randen, versoepelt en verglijdt in nevelen van onwerkelijkheid. die onwerkelijkheid streelt zacht en flirterig mijn lijf, bespeelt mijn gedachten, pleziert mijn hart.   

nog niet. nog even niet. nog even blijf ik me wentelen in de gloed van vurige aarzeling. nog even blijf ik me wikkelen in aanhoudende nieuwsgierigheid en opbouwende spanning. nog even wil ik intens voelen hoe ik dingen kan veranderen. aan mezelf, aan mijn wereld.  

ik kijk met andere ogen. met nieuwe ogen. ik heb een tijd geteerd op het emotionele bestaansminimum, uitzoekende hoe ik het beste kon overleven. wild en grauwende bewoog ik me langs gevaarlijke paden, verdrinkende in aanrakingen en meer. méér.  

nu zijn het mijn spelregels die gelden. ik bepaal hoe the game verloopt. en ik ben voorzichtig. zo voorzichtig als ik nooit tevoren was. aftastend, zoekend naar aanknopingspunten, naar kruispunten, snelwegen, parkeerplaatsen en stopplaatsen. bijna had ik al een snelheidsboete aan mijn been, maar net op tijd werd ik herinnerd aan de voorschriften van mijn spel. dat langzamerhand ons spel aan het worden is.