droom: verhalen dromen
concreet: verhalen (woordenuitspattingen) neerschrijven
absurd: hier is er al eentje te vinden
Voor heel lang
1.Ge zijt vertrokken gisteren. Ge hebt mij stevig vastgehouden en lang naar mij gekeken. Ge hebt mijn tranen weggeveegd. Wij wisten alle twee niet meer wat te zeggen tegen elkaar. Hoe zegt ge dat ge iemand graag ziet als ge die woorden nog nooit in de mond hebt genomen?
Ik heb u nog zien staan. Ge stond te wachten in de lange rij mensen die maar een ding wilden. Vliegen.
Ik heb u zien staan en zeker een minuut lang keek ik naar u. Hongerig. De manier waarop gij beweegt. Hoe gij uw lange haar uit uw ogen strijkt. Die lange slanke vingers met verfvlekken. Uw nonchalante houding, uw handen in uw zij, uw blik aandachtig gericht op wat voor u ligt.
Mijn ogen hebben u opgevreten.
Toen heb ik mij omgedraaid. Ik ben – wankel op mijn benen – naar buiten gestapt. Ik heb een sigaret opgestoken en driftig geïnhaleerd. Ik heb de smerige rook diep in mijn longen gezogen terwijl ik mezelf dwong om niet te huilen. Het is het sterkste staaltje zelfbeheersing dat ik ooit heb getoond.
Daarna heb ik drie kwartier op de bus moeten wachten die me terug naar het station zou brengen. Uw vliegtuig was al lang vertrokken toen ik daar aankwam.
Ge zijt vertrokken. Voor heel lang.
2.Ik weet helemaal niet wat de liefde is. Ik heb wel al gepretendeerd het te weten. Als er iemand nieuw in mijn leven was, wilde ik iedereen overtuigen van het allesoverheersende van mijn gevoel.Een relatie verandert heel uw doen en laten. Uw ochtend, uw middag, uw avond en uw nacht worden aangepast aan de behoeften van de liefde. Alles wijkt. Voor hem. Mijn leven versmalde zich, ik was enkel nog gericht op mijn relatie. Mijn familie en vrienden verdwenen naar de achtergrond. Alles vervaagde, werd onbelangrijk. Tot ik in het zwarte gat stortte na de onvermijdelijke breuk. Keer op keer.
Ik vloek dikwijls omdat ik zo stom was. Altijd opnieuw liet ik mij vangen door mijn innerlijke onrust, mijn gevaarlijke chaos die de geborgenheid en de zekerheid van een stabiele relatie opzocht.
Bij u heb ik die fout niet gemaakt. Misschien zijt ge daarom zo belangrijk aan het worden voor mij. Maar ik ben daar niet helemaal zeker van. Want er zijn al meer kerels geweest waar ik mee wilde trouwen, waar ik mijn hand voor in het vuur wilde steken. Ik merkte na een paar maanden altijd dat mijn gevoelens zich verdiepten. Dat komt omdat ik er niet zoveel moeite mee heb om de schoonheid in een mens te zien. Elke persoon heeft zijn eigen speciale dingetjes waar ik van ga houden, onomkeerbaar. Ik cultiveerde mijn gevoelens enorm. Dat is de reden waarom ik het zo moeilijk vind om definitief afscheid te nemen van oude liefdes.
Toch is het deze keer anders. Omdat ik nu anders ben. En waarschijnlijk omdat gij gij zijt. Ik ga zelfs proberen om al wat ik voel niet op een voetstuk te plaatsten. Ik ga proberen het niet allesoverheersend te laten worden. Dat is niet gezond. Zeker niet omdat gij vertrokken zijt. Voor heel lang.
3.Deze week wordt erg eenzaam. Verder dan een week durf ik niet goed kijken. Zaak is om eerst deze dagen goed door te komen. Ik heb verplichtingen. Belangrijke zelfs. Verplichtingen moeten nagekomen worden en een meisje dat een jongen mist, mag daar niets aan veranderen.
Dus zeg ik luidop tegen mezelf dat ik eenzaam ben. Ik sta me toe heel even aan u te denken en stil te staan bij het afscheid van gisteren. Wij hebben nooit rechtstreeks over onze liefde gepraat. We waren meer minnaars, vage geliefden. Het was zo veel meer dan dat. Wij wisten het van elkaar. Maar wij waren verstandig genoeg om onze prettige omgang in abstractie te hullen. Omdat we beiden iets anders, gevormd en afgelijnd, niet aankonden. Omdat wij daar respect voor hadden. Omdat wij opgelucht waren dat de andere het zo goed vond. Omdat gij zou vertrekken. Voor heel lang.
Dat alles houdt mij nu niet tegen om eenzaam te zijn.
Ik weet alles van eenzame dagen. Ik weet alles van ’s ochtends alleen wakker worden met het tweede hoofdkussen tegen mijn buik gedrukt om dat knagende gemis te verzachten. Er zit dan een gat in mijn buik, een gapende leegte die bestaat uit de felle behoefte aan aanraking. Ik weet alles van uren in de zetel zitten, kijkend naar steeds dezelfde dingen, luisterend naar steeds hetzelfde liedje. Ik kan bevangen worden door een nummer, zeker als een vrouw hartverscheurend zingt over die ene grote liefde die er niet is. Zeker als ze ook nog piano speelt. Elke keer als de vrouw uithaalt met haar stem, barst ik in tranen uit en zwelg in al mijn alleen-zijn.
Een paar dagen voor gij vertrok zei ge tegen mij dat ik u iemand leek die zich graag in emoties wentelt. Op dat moment zijt ge heel diep doorgedrongen tot mij, tot mijn kern. Ik besta uit extremen. Of het nu extreem positief of extreem negatief is, ik zal mij verdrinken in het gevoel. Ik zal kopje ondergaan en zo intens ervaren dat het grenst aan het onmogelijke. Ik weet dat dat een gevaar is. Niet alleen voor mijzelf, ook voor anderen. Omwille van u heb ik mijn uiterste best gedaan om mijzelf in te tomen. Voor de allereerste keer weigerde ik in die draaikolk van heftige emoties te vallen. Gij hebt mij echter doorzien.
Ik heb mijn zelfbescherming moeten laten zakken. Wat er tussen ons gebeurde, was veel en veel te mooi om niet gretig op te slorpen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de graad van mijn eenzaamheid.
Als het liedje mij na vijftig keer geen tranen in de ogen meer bezorgt, fiets ik naar het park. Daar ik ga ik op een bankje aan de vijver zitten roken. Ik kijk naar de rimpels in het water en naar de wolken erboven die constant van vorm veranderen. Ik kijk naar hoe de brug zich buigt over de eenden en naar de mama’s die hun kleine kinderen laten ravotten tot ze helemaal uitgeput neervallen op het gras. Ik luister naar de wind. De wind fascineert mij. Ze klinkt en ze voelt altijd anders. Ik rook tot mijn keel rauw is en tot de gedachte aan nog een sigaret mij doet walgen. Dan stap ik op mijn fiets en rij terug naar huis om nog wat in de zetel te zitten.
Aan die verplichtingen zal ik morgen nog eens proberen te denken.
4.Slaap is een overwinning op mijn malende gedachten. Slaap is een vlucht, hoewel soms naar nog grilliger oorden. Plekken waar donkere dromen de heling van slaap uiteenrukken, waar de tijdelijke rust besmet wordt met absurde verhalen die het schrijnend gemis in de verf zetten.
Vannacht werd ik badend in het zweet wakker. Het is winter en ik slaap onder een dons en twee ouderwetse dekens met ruitmotief. Ik heb ze ooit van mijn grootmoeder gekregen. Mijn lakens waren vochtig. Mijn haren plakten tegen mijn hoofd, mijn huid was klammig en ik rilde. Ik tastte naar uw lichaam, maar gij lag er niet. Ik tastte in de lucht, verschrikt, in paniek. Die eerste ogenblikken van besef zijn hels. Wij hebben uw laatste nachten hier samen doorgebracht en nu moet ik wennen aan de lege ruimte.
Ik droomde dat de werkelijkheid in grote grijze plastieken rechthoekige dozen zat. Die dozen zaten vastgehaakt aan een kabelbaan die de hele wereld rond ging. De werkelijkheid zat in onze reële wereld, ze zweefde boven onze hoofden en was prominent aanwezig. Maar we konden er niet aan. Ze zat opgesloten, gevangen. Toen gebeurde er een ongeluk. Een bus reed veel te snel – een dolgedraaide chauffeur die krankzinnig werd van de werkelijkheid waar hij geen weet van had omdat hij ze niet kon zien – en knalde recht op één van die grijze dozen vol bestaansmaterie. Al mijn zintuigen stonden op scherp in mijn droom. Ik zag de botsing gebeuren, zag het gezicht van de chauffeur vlak voor hij opging in de vlammen. Een verwrongen gelaatsuitdrukking waar pure angst op te lezen stond. Ogen, ogen vol huiveringwekkend afgrijzen. Ik hoorde de piepende remmen, het knarsen van metaal dat onder een enorme druk op elkaar geperst wordt. Ik hoorde mensen gillen, van pijn, van schrik, van doodgaan. Maar het ergste was dat ik kon ruiken. Ik rook de geur van smeltend plastiek en brandend rubber. Ik zag hoe de werkelijkheid tolde in de grijzige rook die van het smeulende plastiek walmde. Ze ontsnapte, in lange natte draden van euforische vrijheid.
Wakker worden met de geur van smeltend plastiek in uw neus en het geluid van schreeuwende mensen in uw oren is niet echt aangenaam. De angst zat in mijn lijf en het vreemde van de opgesloten werkelijkheid in dozen aan een kabelbaan maakte dat ik met open ogen naar het plafond lag te staren. Gij tekende ooit een jongen die na een zatte avond droomde dat hij in een trommel zat. Een of ander raar wezen bonsde luid op de trommel. Ik denk dat dat was om duidelijk te maken dat die jongen nogal wat hoofdpijn had. Maar mijn onbewuste kronkelt zich in moeilijke bochten en maakt er grote grijze plastieken rechthoekige dozen van. Ik begon bijna te lachen. De droom was te maf en ik wilde ‘m aan u vertellen. Even was ik vergeten dat gij vertrokken zijt. Voor heel lang.
5.Er zijn dagen dat het beter zal gaan. Maar vandaag heb ik geen zin in het verglijden van de tijd. Ik heb geen zin. Ik heb geen zin. Ik heb géén zin.
Want mijn nachten zullen leeg zijn.
Op dagen als deze zal ik wakker worden ’s ochtends en mij moeizaam verheffen uit mijn eenpersoonsbed. Ik zal koffie zetten, voor mij alleen. Een grote tas met een suikerklontje. Gij zijt de eerste die weet dat ik mijn koffie zwart drink, met een klontje suiker. Gij zijt de eerste die met zorg koffie voor mij heeft gemaakt. Ik zal mijn koffie drinken in stilte, naar buiten starend. Ik zal denken aan de tweede tas, ook zwart, maar zonder suiker. Ik zal mezelf heel zielig vinden en me afvragen waarom ge van liefde zo afhankelijk wordt. Dat is immers nergens voor nodig?
Als de avond valt en de schemering de straten blank zet met haar verdonkerende nevels, zal ik proberen een brief naar u te schrijven. Ik zal mijn best doen om u te plezieren met mijn woorden. Ik zal mijn best doen om niet te laten merken dat het leven maar stom is, zonder u. Maar dat is niet zo gemakkelijk. Heimwee zit vervat in mijn gedachten die als luchtige zeepbellen komen aanwaaien vanuit het niets. Ze stijgen zacht op opwaartse luchtstromingen, om zich dan kenbaar te maken door zich te spiegelen in mijn reflecterende stroperige geest.
Is liefde een emotie van een hoger niveau dat de mens misschien niet zo goed kan begrijpen? Liefde is niet vatbaar voor logica, is niet in structuren te gieten. Eigenlijk is liefde het meest intense gevoel van chaos dat wordt opgeroepen in het menselijke zijn. Het is een verliezen van uzelf. Niet in de ander, maar in uzelf.
Of heb ik mijzelf verloren in u?
6.Ik heb besloten om me een weekje op te sluiten. Mijn gsm gaat af, mijn computer ook. Vrienden die me willen opvrolijken, wijs ik de deur. Vanaf morgen verdwijn ik even uit het gezichtsveld. Een week voor mij alleen.
Het is goed om een periode af te bakenen, denk ik. Zo heb ik tijd om u ten volle te missen. Want ik verdwaal in deze nieuwe wereld, afgesneden van u. Ik dool rond, pak voorwerpen op, leg ze neer en zwerf verder. Soms voel ik niets, ben ik verdoofd. Soms breek ik in stukjes en moet ik me snikkend terug bijeenrapen. Het is geen doen. Ik word gek. Dus geef ik mezelf zeven dagen. Zeven dagen vergetelheid.
Ik weet dat ik dat af en toe nodig heb. Dagen van wegzinken in niets. Dagen van in een constante roes zijn, van alcohol of drugs. Ik wil de tijd voelen plooien, eindeloos naar binnen toe. Ik wil de tijd proeven. Ik wil helemaal afschuwelijk tintelen van uw afwezigheid en overdreven diep ongelukkig zijn. Ik wil in mijn roes afstandelijke fascinatie voor u opwekken, bedoelend onverschillig, maar meer betrokken dan wordt voorgewend. Een periode van totale extremiteit met alom tegenwoordige decadentie, ten top gedreven, waarin ik dieper in de menselijke geest graaf dan ontdekkingsreizigers ooit durfden afdalen. Ik wil grenzen aftasten, overschrijden, opnieuw bepalen. Ik ga een landkaart maken van mijn geest. De legende is eindeloos.
Vandaag ga ik proberen nog te functioneren. Ik moet naar de bank, rekeningen overschrijven. Ik moet naar de winkel, eten en drank inslaan. Veel wijn, rode wijn. Ook witte wijn. De eerste keer dat wij afspraken, had ik een fles rode wijn bij. Gij had een fles witte in uw ijskast staan. Bij u is alles zo vanzelfsprekend. Daar ben ik meer van gaan houden dan ik dacht.
Daarna ga ik langs een vriendin die een beetje marihuana voor me heeft geregeld. Ik was eigenlijk gestopt met al die dingen. Het is een vervelend gevoel. Maar een joint smoren, trekt u dieper de wereld in. Trekt u dieper in uzelf. Het leven is opgebouwd uit laagjes, en meestal lopen we enkel over de grote oppervlakken. Als ge gesmoord heb, dringt ge door die lagen heen. Ge zet als het ware poorten open. Soms kunt ge flitsen van wijsheden vangen die rondzweven in het niets en het alles. Als ge snel genoeg zijt.
Ik moet ook langs de bibliotheek. Absoluut. Boeken en cd’s uitzoeken voor mijn vergetelheidweek. Misschien kom ik er niet toe om de boeken te lezen, maar de gedachte aan een stapel gebonden papier waar schone woorden opstaan naast mijn bed, stelt me gerust. Boeken kalmeren me, al is het maar dat ik ze aanraak, mijn handen over het zachte papier laat glijden en de korte inhoud lees. Ik weet dat ik ten allen tijde kan vluchten in boeken. Ik kan ze openslaan, beginnen lezen en verdwijnen in het verhaal.
Ik ben er bijna klaar voor. Ik word er zelfs opgewonden van. Deze beslissing is de eerste die ik volledig alleen voor mezelf maak sinds gij vertrokken zijt. Voor heel lang.
8.
aan mijn liefste.
aan mijn liefste wensbeeld
mijn liefste verlangen
mijn liefste ik en mijn liefste gij
ik verdwijn
ik ga weg
ik verijl
ik vertrek helemaal naar nergens
mijn liefste
om gij en niemand dichtbij te weten
ik neem alleen mezelf mee
mezelf en alle verroeste pijnen
recent gemis
half verkauwd leed
eenzame tristesse
en te oud zeer
ik neem alleen mijzelf mee
en een beetje te veel van u

mei 24, 2007 at 2:44
zo schoon schone
mei 25, 2007 at 12:37
Waaaw!
mei 29, 2007 at 7:50
Met plezier gelezen en herlezen. Mooimooi!
mei 29, 2007 at 4:32
Enorm mooi geschreven, echt wel..
mei 29, 2007 at 6:33
Hoewel ge mij ongelofelijk diep gekwetst hebt kan ik het niet laten u te blijven lezen. Stiekem. En het blijft de moeite waard!
mei 30, 2007 at 11:39
gelezen en herlezen, maar lang gewacht om iets te schrijven.
En nog is het moeilijk. Omdat je zoveel beter schrijft dan ik. Omdat ik probeer om NIET te zeggen dat ik het herken, het grootste reageer-cliché in de blogosfeer. Hoe je iets kan missen wat je nooit hebt “gehad”, hoe juist door die zelfgekozen afstand iemand veel dichter op je vel kan zitten, onder je vel, in je lijf kruipt, hoe je je geeft, niet anders kunt, maar hoe kan je iets terugwillen wat je tenslotte zelf gegeven hebt? Je kan alleen maar geven, keizerin, en blij zijn met wat je krijgt. Toch?
juni 5, 2007 at 10:26
ai ai ai Nathje, veel sterkte gewenst daar, kzal nogeens iets laten weten
juni 7, 2007 at 8:56
ja. kijk ik lach.
goh uniek he
GIJ HEBT HET DA TALENT!
deel eens
juni 17, 2007 at 11:31
Mooi, mooi, mooi …
juni 18, 2007 at 6:06
hej nath! een korte internet-sessie om mn mailtjes van over de zee te checken was mijn plan.. toch kon ik het niet laten om jouw blog nog eens te bezoeken. tss.. ik had het op voorhand kunnen weten, als ik u mooie, diepgaande teksten hier begin te lezen kan ik niet stoppen alvorens ik alles gelezen heb!
) ik hou van uw schrijven. kussie uit new zealand
juni 30, 2007 at 9:04
ik had het ook ooit: een heel lang vertrokken lief …en hij kwam terug en blijft nu al jaren hangen.
september 16, 2007 at 10:24
zo schoon, amaai… en ook sterkte