• parlandoooooh! (“meer sprekend dan zingend is het poëzielandschap. parlando wil een overzicht geven van alles wat leeft in literair vlaanderen.”) heeft me gelinkt als vlaamse dichteres. ik vermoed dat ik die eer aan kaatje heb te danken.
  • zondag, overmorgen dus, treed ik nog eens op. dat in café rood-wit, per podium mobile, in de generaal drubbelstraat 42 (2600 berchem).
  • annastesia komt me bijstaan, vuur komt me een vlammend hart onder de riem steken en rik gaat me troosten als ik weer te kampen krijg met black-outs. maar bovenal wordt het erg leuk. dus u bent welkom.

ik voel me gevaarlijk. er schuilt gevaar in mij. voor mezelf is er geen schuilplaats. anderen kruipen in donkere plekjes, zoekend naar mijn warmte. ze blijven er zitten, in elkaar gedoken, ze groeien in mij vast, als schimmel op keldermuren. al wat ik kan doen is woorden aan elkaar plakken, ze dwingen bij elkaar te gaan staan, zonder dat er voorheen ook maar een enkele connectie tussen hen was. ze hadden zelfs niet gedacht dat ze in deze volgorde bij elkaar gesmeten zouden worden. onwennig staan ze daar, aarzelend naar elkaar te kijken, ongemakkelijk hun plek te verkennen tot aan de wanden van hun spaties. ze vragen zich af wat hun bestaan betekent. ik zal het u vertellen, hun bestaan betekent niets. ik denk niet dat het leven enig nut in zich draagt. elk woord dat ik produceer, is ooit al eens gebruikt en het meeste van de tijd hebben ze ook al eens dezelfde buur gehad als degene die ik hen toewees. elk gevoel dat in mij huist, huist ook in een ander en huist al eeuwen in dat wat de mens is. waarom er nog aandacht aan schenken? niets is nieuw. vertrouwen dat wordt gegeven. oeroud, afgezaagd, in herhaling gevallen. afgebeten, herkauwd, verloren, gevonden, dan hysterisch verzonken in de vicieuze cirkel van dat wat het leven zou moeten voorstellen. angst, altijd opnieuw. geen enkele huivering die nog niet ooit over iemands rug is gegleden. geen enkele koude voortgekomen uit breken van schrik die nog niet iemand bibberend heeft achtergelaten. verbondenheid. tweedehands, derdehands. nog erger. van in het prilste begin euforie om een geschenk dat overweldigt, vernieuwt, verbijstert door geluk waarvan ge niet had verwacht dat het u ten deel zou vallen. maar verbondenheid raakt altijd de weg kwijt. verbondenheid is een vrouw die overal verdwaalt. een geografische kaart nodig heeft, een houvast, een hulpmiddel. verbondenheid kan het niet alleen. maar ze moet het alleen. ziek van verbijstering door ongeluk. stikkend in de woestijn van nutteloosheid. verdwijnend. weg.

zo komen aan alle goeie dingen een eind, stoppen alle mooie liedjes met een laatste noot. een laatste. daarom zing ik graag. omdat ik wel van eindes houd. eindes zijn zo groot, groter dan een begin. een einde is altijd dramatisch en ik leef van drama, hoewel ik het graag anders had gehad. als ik had kunnen kiezen, had ik iemand anders geweest. iemand die niet uit zwerven bestond. want ik ben een zwerfster, ongewild. gedwongen. gedwongen door mezelf, maar nog meer door het leven dat ik leef. het leven dat mij leidt. ik had iemand anders geweest, iemand die niet de brokken geluk bij elkaar blijft rapen om ze vervolgens te laten vallen wanneer ze struikelt over de onmogelijkheid van haar geluk. ik had iemand anders geweest, iemand die niet de porties eenzaamheid opspaart tot de confituurpotten barsten van zoete tranen en ik moet zwemmen om het zinkende schip te verlaten. ik had iemand anders geweest, iemand die zich niet altijd opnieuw gaat afvragen wat ze nu eigenlijk waard is omdat de waarde die ze denkt te hebben, verpletterd wordt door de realiteit. alleen maar de realiteit.

ik heb het gevoel dat de hemel op de wolken is gevallen. niet plots, abrupt of zonder waarschuwing. nee, tergend langzaam als een glas dat uit uw handen glipt en er in uw tijdsbeleving die door paniek wordt uitgerokken een eeuwigheid over doet om te breken op de grond. zo.

gisteren was ik ziek. dat lag aan de hoeveelheid wijn die ik tot mij had genomen de avond daarvoor, op de finale van de antwerpse poetry slam. ik heb een naakte antistresspoweet zien passeren en ik was niet overtuigd van de blote performance (ik kreeg een glaasje wijn in mijn handen gestopt). zijn tekst was best te pruimen (titel: de naakte waarheid) maar de provocatie droop eraf. en ik hou niet zo van provoceren. ik zag een mooie maarten inghels die ook een mooie stem had (nog een glaasje wijn), ik zag onze frans (die naar mijn mening de betere poëzieteksten had, samen met maarten.) ik was overdonderd (nogmaals) door schone guy (nog een glas wijn) en ik heb de vele valentijnswensen geïncasseerd (nog een glas wijn) van de lieverds die me een hele avond omringd/op de been gehouden hebben.

en zo is het weeral vrijdag, zit ik al drie weken op stage, heb ik een redactievergadering achter de rug waarin mijn ideeën met veel enthousiasme ontvangen werden, heb ik nu héél veel werk, ga ik mij binnen een uurtje inschrijven voor de toelatingsproeven voor woordkunst en gieren de zenuwen nu al door mijn lijf als ik nog maar dénk aan die proeven. er waren twee dingen die me de laatste tijd uit mijn slaap hielden, nu zijn er alleen nog de proeven. misschien maar goed.

‘assault on magnus’ in mijn oren. “vertel me wat ge gaat doen.” fluistert tom barman mijn hoofd binnen. mijn ogen voelen de woorden vorm krijgen. mijn toneeltekst naast mij. “de duivelin houdt haar goddelijke lippen roerloos op mekaar.” schrijft bob in het stuk dat mijn podiummaatje en ik binnenkort spelen. ik krijg de pagina’s maar niet in mijn hoofd, dat zinnetje gaat echter een eigen leven leiden.

ge kent het gevoel wel dat er verschillende personen van uzelf bestaan. bij de ene is de ene ‘ik’ duidelijk gescheiden van de andere ‘ik’ en kan de persoon in kwestie er zeer goed mee leven. bij mij lopen die verschillende ‘ikken’ bijna naadloos in elkaar over. naar de verduidelijking van al mijn ‘ikken’ kunt ge fluiten, maar vandaag heeft de duivelin een voetje tussen de deur gestoken. althans, ik had ze gaarne verwelkomd. nu is het zo dat ik pretendeer graag een duivelin te kunnen zijn, maar in real life blijft het meestal bij gekwetst en geblokkeerd in een hoekje mijn wonden te likken. dat alles heeft ook te maken met het cultiveren van zelfmedelijden en de schuld op een ander proberen te steken. terwijl de schuldvraag volledig buiten het onderwerp staat. meer dan volledig. ik werk me graag lekker in de nesten, dat had ik al eens onder uw neus gewreven en ook ben ik een gediplomeerde ‘hoe ga ik elegant-op-mijn-bakkes-diva’. een rondje grove woorden werkt verlossend, oef. wat een geluk dat mijn relativeringsvermogen het op de beurs de laatste tijd erg goed heeft gedaan. ik kan wel tegen een stootje. als ik maar niet gevoelloos word. het is publiek geheim dat goed draaiende bedrijven vroeg of laat met voorbedachte rade gekelderd worden.

maar goed, de duivelin laat me dus in de steek. de dame waar ik normaal gratuit beroep op kan doen, lachte in haar vuistje en smaalde: “gij met uw engelenhart, deze keer ga ik u niet uit uw bodemloze put van zelfkastijding halen. trekt uw plan.” en ze draaide haar naakte rug naar me toe, minachtend. ik zag nog net geen tekstballonnetje met “hopeloos” boven haar welgevormde hoofd verschijnen voor ze verijlde naar haar woeste minnaar.

nu ben ik er echt mee aan het lachen. ik kan nog uren voortzeveren en me verbergen achter schone woorden die helaas nogal wat rotzooi meebrengen. ook al wilden ze dat niet. het was zelfs goed bedoeld. het is alleen even slikken. om keihard met uw neus op de feiten gedrukt te worden. feiten waar ge natuurlijk al lang van op de hoogte zijt. ik mag mezelf wel enige intelligentie toedichten. dus wees niet bang. maar mag ik me nu even afzonderen?

het heeft hier lekker stil gelegen. soms slaat een mens aan het twijfelen. soms begint een mens aan alles te twijfelen en is het even niet mogelijk om tussen de bomen het bos te zien. of is het omgekeerd? soms denk ik mezelf niet te zijn. of is het omgekeerd?

zoals er uiteraard altijd meer vragen dan antwoorden zijn.

ik vraag me af of bloggen wel ethisch verantwoord is. ik betwijfel dat. nogal. maar me dat afvragen neemt niet weg dat schrijven op het verdomde net een uitlaatklep is/was/is geweest/misschien zal zijn, en wel omdat ik publiekelijk kan oefenen (en daarbij flink op mijn bakkes kan gaan, waar ik overigens ook erg goed in ben, volgens bepaalde bronnen). ik vind dat allemaal niet zo erg. op mijn bakkes gaan, bedoel ik dan. als ik er maar genoeg positief tegengewicht voor in de plaats krijg. en ook dat is nog allemaal dik in orde.

alleen in mijn hoofd en in mijn lijf is het soms niet helemaal in orde. ik hou van het woord soms, omdat het zo’n tijdelijkheid in zich draagt waar ge helemaal zelf voor kunt kiezen. soms staat niet onder dwang, leidt een eigen leven, is vriendelijk. als ik vandaag kies voor soms, weet gij niet welke interpretatie ik meegaf aan die vier onbenullige letters. is soms nu? was het gisteren? is het morgen, was het straks of is het direct?
het is van mij.

ik voel me raar. bizar in mijn vel. onaangename kriebels onder mijn huidoppervlak. mijn bloed jeukt. mijn slaap wandelt verbeten door hersengangen vol neonlicht. als ik eerlijk ben, chaoot ik al een kleine drie jaar op deze manier van het ene goeie moment naar het andere. maar zo gezond als een vis, dat ben ik. meestal voelde ik me er niet eens al te slecht bij (ook een fabeltje, geloof maar niets van wat ik zeg), maar dat was toen, toen ik nog de tijd had om heerlijk weg te zinken in het niets. een mens zonder verplichtingen, met heel veel woorden in haar hoofd en onstuimige emoties in de rest van haar lijf waar ze in kon gaan modderen. dabben, dat is de juiste omschrijving. mmm ja, dabben. te veel tijd, en maar denken. een molen die niet stopt. een computer die blijft draaien en zzzzzoemen.

kijk, ik ben absoluut niet persoonlijk aan het worden. ik probeer gewoon een levensmechanisme te schetsen. dat is al. herkent u zich? dan heb ik goed werk geleverd. herkent u mij? logisch, niet waar? elke kunstenaar vervlecht zijn eigenheid in zijn creaties. wat is kunst anders? vertel me dat maar eens.

wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat ik gisteren mijn woonplaats/slaapplaats volledig heringericht heb. bevangen door een opruim-woede die voortkwam uit lichtelijke hysterie die ik probeerde te onderdrukken omdat ik toch maar vooral volwassen en nuchter denkend wilde overkomen, vulde ik drie vuilniszakken met oude herinneringen en zette ze aan de deur. auw. radicaal. met dank aan kleine fee die me een ferme schop onder mijn kont gaf en enkele dagen terug bijzonder duidelijk tegen me was. “jantje groet ‘s morgens de dingen.” zei ze. “maar in uw wereld is het: jantje gaat ‘s morgens kapot aan de dingen!” u op een dienblad aangeboden, de levenswijze die ik overboord wil kappen. en wel radicaal. niet dat ik zo ongelukkig ben, laat u niet beetnemen. maar dat denken, dat wroeten, dat piekeren, dat stamelend dromen, hakkelend beetgenomen worden (door uzelf) heeft me al meermaals de das omgedaan.

dus ordende ik mijn woonplaats/slaapplaats en maakte zo een begin aan de totale herstructurering van mijn geestelijke wanorde. totaal is een politiek woord. onbereikbaar. maar van niet proberen stikt ge. en zie, ik voelde me gelijk pakken beter. u moet er ook maar eens over denken.

als afsluiter wil ik aan diegenen die nog altijd aan het lezen zijn (als u nog altijd aan het lezen bent, schrijf ik verdomd goed), meegeven dat er vanaf vanavond een papier boven mijn bed hangt waar op geschreven staat: alles kan. iemand die ik zo gaarne zie (man, u bent geweldig!) wist me weer eens op te beuren vanavond en me ervan te doordringen dat mijn leven eigenlijk helemaal niet zo slecht is. eigenlijk is het verbazingwekkend goed. verbazingwekkend. ik ben alleen zo kritisch. zo kritisch, u zou het niet geloven. en zo eerlijk. te eerlijk. en dat gelooft u waarschijnlijk wel.

het was even smelten na de geweldige reacties op mijn “deuk in mijn zelfvertrouwen”-bericht. de deuk werd snel een kleine bluts en de ideeën beginnen zich weer op te stapelen. reden te meer om in te gaan op enkele verzoeken.

zondag 18 februari: kleine keizerin op per podium mobile in café roodwit te berchem

euh, 10 maart: kleine keizerin op spinyopaat come aspire in de meetingpoint op de groenplaats!

(en nu oefenen/oefenen/oefenen)

hoe ik wankel op de traptrede, de bal van mijn voet balancerend op enkele centimeters vastigheid. daarachter, lucht.
hoe ik mijn lichaam naar voor buig, om niet te vallen en hoe paniek mijn ogen een paar seconden wijder maakt, tot ik terug evenwicht vind.
hoe ik uit mijn raam een sigaretje rook, hoewel dat eigenlijk niet mag.
hoe ik twee meisjes door de donkere straat zie lopen. ze dragen allebei een witte jas en zingen een liedje. hun stemmen doorbreken de stilte van een avondrumoerige straat in de stad.
hoe ik vermoeid mijn gedachten laat dremmelen in mijn hoofd na een spontane avond vol lachen en hevig dansen en flessen wijn.
hoe vriendschap toch weer een nieuwe betekenis krijgt, bovenop de vele anderen.
hoe mensen en momenten complementair kunnen zijn.
hoe vervreemd ik mij voel na een middag bij zieke grootvader en lijdende grootmoeder. hoe die wereld niet de mijne is en ik zoek naar verbintenissen maar ze niet wil vinden omdat ik dan moet toelaten dat ik uit hun wereld ben voortgekomen.
hoe ik weet dat ge niet uit een wereld kunt stappen.
hoe ik besef dat ze alleen maar op elkaar gestapeld kunnen worden en ge steeds dieper moet reiken om uzelf te zien.
hoe bang ik ben voor de traagheid van de tijd die sneller is gaan lopen.
buiten adem.
vluchtend.
hoe ik naar u verlang.
hoe ongemakkelijk ik mij voel, een lichaam dat niet weet hoe het zich moet buigen, wanneer ik denk dat ik ga vergeten hoe gij eruit ziet.
hoe ik dan een glas wijn drink, slik en zweet van wachten.

en voor ik het vergeet, vanaf nu kunt u hier alle stageverhalen terugvinden. met tien man houden wij, plantijnmensen, een blogje bij (ja, het is verplicht. nee, ik doe dit niet voor de lol) over het wel en wee op onze desbetreffende stageplaatsen.
ook lieve daisy doet hier haar verhaal. allen daarheen, en reageren, komaan! doe onze plantijnse stagebegeleidster eens schrikken!

ik kap er mee. met schrijven. een week of twee. denk ik. dan zien we wel.

de woorden zijn er niet meer. het optreden op de poetry slam was echt heel leuk. het was niet alleen een ontzettend fijne avond (en vuurmeisje, uw gezelschap maakte het nog specialer). ik heb er ook een aantal dingen opgestoken en de feedback die ik van kaatje kreeg achteraf, heeft me serieus aan het nadenken gezet. te veel zelfs.

“Zaten we aan onze laatste kandidate, Nathalie. Nathalie die nog nooit eigen
werk had voorgedragen waardoor sommigen van de jury dachten dat Nathalie geen podiumervaring had. Mooi niet dus en dat was er aan te zien. Nathalie kon
performen, Nathalie straalde uit, Nathalie stond er gewoon, Nathalie wist dat
zij er stond. Alleen waren de teksten van Nathalie nog niet je dat, te veel
cliché, niks vernieuwend qua beeld (ook niet toen ik het later op internet
terugvond), nog te veel dwangrijm en dat kostte punten.”

mijn teksten zijn dus cliché, niets vernieuwend qua beeld en ik gebruik veel te dwangrijm. ook is er nog gezegd dat ik nog niet ‘rijp’ ben, hoewel ik het in me heb. ik zeg volmondig ja op dat laatste. natuurlijk moet ik nog groeien.
niets vernieuwend qua beeld – daar kan ik nog goed inkomen. maar dat ik erg clichématig werk en dat ik te veel dwangrijm gebruik, daar heb ik het erg moeilijk mee.

voor ik verderga wil ik dit zeggen: de teksten die ik de laatste maanden heb geschreven, zijn vooral een tegenreactie geweest op mijn te abstracte manier van schrijven die ik vroeger hanteerde. en aangezien ik nu eenmaal een persoontje van extremen ben, draaide ik 180° en probeerde simpele zinnen uit, knallende directheid, rechtlijnige emoties, zwart-wit op papier. het zinde me wel. ik vond het ook niet zo slecht klinken. eerlijk gezegd.
ook zag ik mijn teksten als liedjes. ik heb ze als gedichten gebruikt, maar de vorm van een lied is nog altijd anders. ik heb mezelf vooral gewoon in de nesten gewerkt.

wat die dwangrijm betreft… wat is dwangrijm? soms heb ik inderdaad een net iets te voor de hand liggend rijmwoord gebruikt, maar wat met bijvoorbeeld willem wilmink? die doet niets anders dan simpele rijmen gebruiken die heerlijk klinken. klinken de mijne dan zo fout? wat met mira? zij gebruikt ook heel dikwijls erg voor de hand liggende rijmwoorden, en ik vind haar schitterend. u niet? wat met jackobond? ook riet muylaert gebruikt zo’n rijm. ligt het verschil dan enkel in het woord dwang? gebruik ik dwang-rijm?

als het de waarheid is, dan ben ik inderdaad nog erg on-rijp. het zij zo. maar het heeft me wel een flinke deuk in mijn zelfvertrouwen bezorgd. ik durf niet meer aan een gedicht te beginnen. dus binnen een paar weken zien we wel weer verder.

ik ben door enkele mensen gevraagd om in maart nog eens op te treden. als ik dan wat nieuw materiaal heb, mag u altijd eens komen loeren. en uw mening vellen.

de tijd gaat veel te snel. veel te snel. vorige week zondag stond ik nog op de laatste voorronde van de antwerpse poetry slam (een heel degelijk verslag vindt ge hier - en ja, ‘t is vind plus t. het is geschreven door kaatje wharton, een geweldige dame!), en nu zit ik al vier hele dagen op de redactie van goed gevoel te zwoegen en te zweten. van negen tot vijf, elke dag. zo. weet u wel.

het is een moeilijke week geweest. meer hoeft u niet te weten. en het wordt nog moeilijker, aangezien mijn hogeschool het blijkbaar belachelijk vindt dat ik iemand kan missen en mij moreel verplicht in belgië te blijven de komende twee maanden..

ik hoop dat dat voor de meesten duidelijk genoeg is om te weten dat ik echt mijn eigen teennagels kan beginnen opeten/of mijn haar kan afscheren, in een plotse opwelling/mijn lichaam kan laten voltattoeëren, om te verzuipen in naaldenpijn/in de schelde kan springen en proberen naar de overkant te zwemmen.

in werkelijkheid gooi ik echter alleen met kussens, met pennen en papier. en als het echt niet meer gaat, met borden. ook snauw ik iedereen af, vervloek de hond die voor mijn voeten loopt, verpest een stuk over waarom mensen met rood haar minder pijngevoelig zijn, stuur een kwade mail naar mijn hogeschool en word daarna bang dat dat mij dat punten kost.
daar bovenop vraag ik me af wat er gebeurt als ik gewoon het vliegtuig neem. morgen ofzo.
ik vraag me af hoe mijn dagen er binnen twee maanden gaan uitzien. ik vraag me af of ik mezelf moet beschermen tegen waanzin. ik vraag me af of de moed me in de schoenen is gezonken of dat er ergens nog iets positiefs te vinden valt.

leuk hoor, zo’n dag. heel leuk.

ik ben vandaag eindelijk te weten gekomen waar die poetry slam zondagavond doorgaat. dus, mijn besten, voor ik het zelf vergeet, hier is het te doen:

café à propoo (à propos, poëzie- en muziekpodium)
reuzenstraat 23 (krugerplein)
2000 antwerpen

(euh, en dankuwel mooie annastesia, voor uw niet aflatende geloof in mij – en al de rest!)

volgens mijn bronnen begint het om 20u00. ik zal er waarschijnlijk een uur op voorhand zijn, mijn nagels opetende en haren uittrekkende en dergelijke. u weet wel hoe dat gaat, die plankenkoorts.

ik hoop jullie zondag in levende lijve te zien,
uw kleine keizerin

vannacht
ben ik in mijn slaap
op u gestuit
in het lichaam van
mijn verlangen
drukte gij een kus
op mijn huid

uw lippen
op mijn warme vel
waren meer dan
ik verdragen kon
mijn slaap spatte uiteen
als een allesvernietigende bom
toen lag mijn gewillige lijf
eenzaam
tussen vochtig droompuin

ik strompelde over drijfzandduinen
waar zware gedachten
trachtten mij te verstikken
ik wilde weer ondergaan
in de zee van uitgekomen wensen
het zout van onze herinneringen
oplikken

ik smachtte
naar u
zoals nog nooit een
vrouw
zo onvolledig was
alleen

het drijfzand smolt
onder de hitte
van mijn hunkeren
tot een pad
naar de graaiende golven
ik wierp mij in het water
en werd bedolven
onder alles
wat gij zijt

ik verdween
in de vergetelheid

grootmoeder
gij lieve oude vrouw
als ge daar alleen aan uw raam zit
zal ik een stoel pakken
en mij naast u zetten

ik zal mijn zakdoek zoeken
en uw tranen betten
ik zal mee naar buiten staren
naar de kou die binnendringt

heel onze wereld lijkt te bevriezen
ik zal uw hand in de mijne nemen
en zwijgzaamheid verkiezen
boven lege woorden die doen versplinteren

ik denk aan u
ik denk aan u
gij zit in mijn hoofd
ik zie u zitten aan uw raam
gij zijt al van zoveel dierbaren beroofd

mijn dierbaren,

als u zondag 28 januari nog niets gepland heeft, mag u altijd een kijkje komen nemen op de antwerpse poetry slam.
nathalie doet mee! (meer info volgt)

zoen,
uw kleine keizerin – live vanuit gent

ik ben jarig vandaag. rara, hoe oud ben ik geworden? (degenen die het weten, mogen het niet zomaar verklappen eh!)

de eerste verjaardagswensen kwamen overgetelefoneerd vanuit barcelona, gelijk het mooiste cadeau ooit.

en ik word graag gezoend, door iedereen drie keer. deal?

(en aan de schatten die mij gisteren een hart onder riem staken: dankuwel. echt. gemeend.)

lap. het zit er weer tegen. en goed deze keer.

zo om de vier/vijf maanden word ik geveld door een heuse identiteitscrisis, oftewel door een niet mis te verstane hersenzeer, liefst gecombineerd met slopend hartenzeer. ik kan er niets aan doen. het overvalt me, het dwingt me op mijn knieën, het velt me. het verslaat me.

het is vervelend. meer dan dat.
het is degoutant.
het is hopeloos wanhopig zijn,
ongewild in tranen uitbarsten,
moeilijk of niet kunnen functioneren,
slecht of heel erg slecht slapen,
met immense wallen onder mijn ogen examens afleggen die niet gestudeerd zijn,
misselijk zijn van de oorverdovende stilte,
dol worden van te veel woorden in mijn hoofd,
vluchten in de roes van vergetelheid.

het gaat wel weer over. statistisch gezien stopt de curve van neerslachtigheid na een tijdje met dalen. ze stagneert even (op dat diepste punt) om dan voorzichtig terug de hoogte in te gaan.

ik gooi het allemaal overboord. ik ben het beu. die intensiteit van mijn stijgen en dalen. een beetje geluk in de vorm van een constante boven het nulpunt zou welkom wezen.

wat moet ge toch met het leven?

ik ben met het idee aan het spelen om me eens in het verhaal- en poëziewedstrijdwereldje te gooien, maar nu zit ik met een vraag waar ik tot nog toe geen bevredigend antwoord op heb gevonden – aangezien verschillende personen een andere mening zijn toegedaan:
inzendingen mogen niet al eerder gepubliceerd zijn, maar vallen mijn geposte schrijfsels onder de noemer ‘publicatie’?

weet iemand het antwoord?

ik voel de avond
ik voel de nacht
ik voel de zwartheid
ik voel de macht

ik voel mij heersen over uw verliezen
beseft maar goed, gij hebt niet te kiezen
wanneer de zon blind wordt, ga ik u verleiden
niet te herroepen, niet te vermijden
gij bezoeker in de nacht
ik raak u aan
in het volle zicht van de maan
nog een keer en nog een keer
wil ik bij u zijn, altijd weer

ik voel de avond glinsteren in mijn ogen
ik voel de nacht in mijn bloed
ik voel de zwartheid, door de sterren bedrogen
ik voel de macht, zo zoet

ik draag de kroon van het verlangen
ik heb de uwe boven mijn bed gehangen
want wanneer uw verzet het begeeft
ga ik u kronen, niet meer dan beleefd
ik heb tenslotte niet alleen uw lijf gekaapt
ook over uw hart hebt gij niet gewaakt
ik maakte dat onmogelijk, ik maakte u zot
en ik zweer dat gij niet zult worden bedot

ik voel de avond glinsteren in mijn ogen
ik voel de nacht in mijn bloed
ik voel de zwartheid, door de sterren bedrogen
ik voel de macht, zo zoet

omdat ik nog eens zin heb in een lijstje:

  • volgende week verjaar ik. het is lang geleden dat ik dat echt gevierd heb, dus ik wil een groot feestje houden. ik ben een zaaltje aan het regelen, gratis enzo, waar ook overnacht kan worden. het is heerlijk om vooraf al te genieten van iets wat gaat gebeuren. misschien nodig ik u wel uit.
  • ik heb morgen mijn derde examen. ik ben net thuis van de twee vorige , waar ik lekker niets voor had gedaan. dit voelt helemaal niet als examentijd!
  • om de afloop van mijn examens en mijn verjaardag nu al een beetje te vieren, ga ik volgende week naar gent, naar mijn kleine fee. ik zie mezelf nu al door de stad dwalen, mmm.
  • ik heb een keileuk boek gevonden! ‘de stad van de dromende boeken’ van walter moers. ik zag het ergens in een boekenkast staan en ben toen snel gaan zoeken in de bib. het is geweldig leesvoer. (lachje)
  • ik probeer al een paar maanden een deftig sonnet te schrijven. na edna st-vincent millay te hebben ontdekt (waarvoor dank aan de docente van repertoirestudie), ben ik beginnen knoeien met rare rijmschema’s, kwatrijnen, sextetten. ik raakte maar niet uit mijn woorden. en met die volta’s had ik het helemaal gezien. getuigen van mijn oefenbrol zijn al de gedichten/liedjesteksten die ik voorheen al schreef. gisterenavond probeerde ik het weer (waar, oh waar zijn toch die studieboeken gebleven?), maar na een kwartier heb ik gewoon op papier geknald wat ik echt wou schrijven. ik kan er niets aan doen, ik hou echt van die terugkomende refreintjes, van die ritmische stroofjes.
  • update: ik zit nu in mijn laatste jaar. waarom wil ik eigenlijk nog vier jaar gaan verder studeren?!

ik ben de straat opgegaan
en heb een sigaret opgestoken
ik ben overweldigd en ontdaan
het drukke verkeer ingedoken

ontsnappen
is het enige dat ik wil
ik negeer het rode licht
zwijgt gij, stil
’t is aan u dat ik moet denken
’t is voor u dat ik zwicht
ik kan geen tegenargument bedenken
ontsnappen is mijn enige plicht

want gij moet vrij kunnen zijn
ook in mijn gedachten
dus ik verstop de pijn
en denk aan hoe wij samen lachten
hoe wij samen wijn dronken
hoe wij praatten en bleven praten
hoe ze oversprongen, de vonken
hoe wij zoenden, het niet konden laten

maar nu is het tijd voor andere dingen
ik draai mijn gezicht weg
en probeer het uwe te verdringen
‘t is gewoon een beetje pech
waar ik het mee moet leren vinden

ontsnappen is het enige dat ik wil
ik negeer het rode licht
zwijgt gij, stil
’t is aan u dat ik moet denken
’t is voor u dat ik zwicht
ik kan geen tegenargument bedenken
ontsnappen is mijn enige plicht

mijn dierbaren.

ik ben een beetje aan het knoeien geweest met lay-out enzo. aangezien ik toch bezig was, heb ik voor mijn andere aangename tijdsbesteding ook ineens een plekje op het net voorzien. u mag altijd een kijkje gaan nemen op www.nathaliedejongh.carbonmade.com.

nog n goeie avond verder,
uw kleine keizerin

zo had u mij nog niet gezien, dacht ik. nah.

  • net zoals haynée heb ik een boekje dat ik overal mee naar toe sleur. het is het vijfde boekje al sinds september ofzo. het werkt ronduit verslavend. zelfs op café kan ik het soms niet laten dingen op te schrijven die ik vast en zeker moet onthouden. de laatste tijd was het echter vooral mijn treinboekje. ik heb uren en uren naar buiten gestaard, al reizende. daar krijgt ne mens inspiratie van. de beste schrijfsels ontstaan ook in dat boekje terwijl ik onderweg ben. een tijd geleden schreef ik een liedjestekst op de tram richting school. op een kwartier tijd was mijn tekst realiteit en stond mijn boekje vol hanenpoten.
  • muziek, muziek, muziek is onmisbaar. het eerste nummer dat ik ‘s ochtends hoor, bepaalt mijn stemming. het lijkt wel of mijn lichaam reageert op een bepaalde toonhoogte, op bepaalde klanken, op stemmen. muziek kan mijn humeur breken of maken. maar ook omgekeerd. als ik me slecht/tranerig/eenzaam/kwaad voel, kan ik daar verandering in brengen door electro/goa/vrolijke pop op te zetten. als ik mij daarentegen erg happy voel, kan an pierlé mij van de weer(s)omstuit heel erg stil maken.
  • (en muziek kan zo pakkend, zo doordringend zijn dat mijn lichaam zich krombuigt en ik de haren uit mijn hoofd wil trekken omdat de trillingen uit mijn huid barsten. onhoudbaar, maar zo zoet. kwellend, maar zo allesoverheersend mooi.)
  • ik ben niet alleen verslaafd aan wijn en sigaretten, ook aan koffie. zeker aan jacqmotte, de latin american blend. de geur alleen al is orgastisch. (ik heb net koffie gezet, ik neem nu een slok, ik proef… wat een sensatie!)

ik zit in de trein
van punt a naar punt b
ik val stilletjes in slaap
had ik u maar mee

zat gij hier naast mij
dan legde ik mijn hoofd op uw schouder
maar wij reizen elk apart
het maakt mij plotsklaps dagen ouder

de wereld is heel klein en ik neem graag de trein zoals anderen de tram nemen. mijn toiletzak staat altijd klaar want als ik gebeld word, wil ik meteen op de trein kunnen springen naar god weet waar. ik hou van het reizen, van de afstand die gecreëerd wordt tussen twee plaatsen. een afstand die erg aangenaam kan voelen. ik kan nergens zo goed mezelf zijn als heel ver weg van thuis. het vrijheidsgevoel vergroot, de onafhankelijkheid is compleet, de wereld is anders. mmm.

het stokje dat jeroen een hele tijd geleden naar mijn ivoren toren slingerde, is erg lang blijven liggen. ik weet het. ondertussen heeft half blogland zijn/haar ziel al blootgelegd en ik… ik ben achtergebleven.

het is me nu wel duidelijk geworden dat het bijna onmogelijk is om in blogland mysterieus te blijven. ik had dus de keuze, doorgaan met mijn schrijfsels op het net gooien of kappen met kleine keizerin. ik zal eerlijk zijn, ik heb serieus met dat tweede idee gespeeld. omdat bloggen me niet genoeg voldoening geeft. en voilà, dat is mijn eerste top secret.

het zit zo. ik wil later kunnen leven van wat ik schrijf. dat wil zeggen: ik wil er geld mee verdienen. alle ideeën die ik nu gebruik, alle woorden die ik schoon rangschik en met veel gevoel aan elkaar jongleer, zijn woorden die ik niet meer kan gebruiken om geld mee te verdienen. ooh jee, ik klink al net als de geldwolf uit ‘de figuranten’ van arnon grunberg.

begrijp me niet verkeerd. ik blog graag en ik wil zeker benadrukken dat mijn schrijven enorm geëvolueerd is sinds ik in april vorig jaar met kleine keizerin begon. ook hou ik verschrikkelijk veel van de reacties, want die vooral hebben me meer zelfvertrouwen gegeven. ik ben beginnen experimenteren met stijlen, ik ben op zoek gegaan naar wat mij het beste ligt. niks dan positief dus.

maar er is meer dan dat. ik ben opgegroeid tussen de boeken, internet zegt me eigenlijk maar heel weinig (getuige mijn blogspot.com die maar niet veranderd raakt, wegens desinteresse). ik wil mijn eigen woorden zwart op wit gedrukt zien staan. op zacht papier, gebonden in een boek. ik wil een ander publiek bereiken. ik wil méér. en misschien te veel.

daarom heb ik de knoop doorgehakt. ik ben begonnen aan mijn eerste boek. eindelijk. het eerste hoofdstuk is zelfs al afgerond. eenmaal gestart, kan ik gewoon niet meer stoppen. heerlijk.

maar kleine keizerin blijft er nog even. omdat ik graag dat keizerinnetje ben. omdat ik graag nog wat reacties krijg. omdat ik fijne mensen leer kennen. omdat ik zo’n goeie dingen lees bij andere bloggers. omdat ik moeilijk afscheid kan nemen.

vooral dat.

(andere top secrets volgen)

mijn liefsten.

ik ben een boek aan het schrijven. daarom zal het hier misschien een beetje stiller worden. misschien ook niet. maar dan bent u tenminste gewaarschuwd. als u toevallig connecties hebt met het uitgeverswereldje, mag u mij altijd contacteren.

x
een eenzame keizerin

ge kunt ook gewoon blijven
hier bij mij
ik verstop u onder mijn bed
er is niemand die dat weet
vind ge dat geen goeie zet?
ik wel
want ik ga u missen
missen
die onverdraaglijke zoete pijn
waarom gij daar en ik hier
moest uw stede echt zo verre zijn?

laten wij er een geheim van maken
uw lange lijf geplooid onder mijn matras
bij nachte verwarmt gij mij dan
dan leg ik ‘m af, mijne jas
mijne jas van onverschilligheid
mijne rechte rug en ondoorgrondelijke blikken
weg met alle zelfbescherming
ik doe niks anders dan tranen slikken

want nee verdomme
ik ga geen scène maken
ik ga u gewoon laten gaan
ik ga u zien vertrekken
met niks dan uw schoonheid aan
want gij mijn lief
ik ga u missen
missen
die onverdraaglijk zoete pijn
waarom gij daar en ik hier
moest uw stede echt zo verre zijn?

ik heb een blauwe plek op mijn schouder
daar, waar gij mij beet
in mijn zachte vlees terwijl ik wil
dat gij mij opeet

helemaal, van boven tot onder
proeft gij elk stukje huid
elke rilling die door mijn lichaam schiet
is een schone belofte dat gij mij morgen
nog meer aanbiedt

en overmorgen ook nog
wil ik dat gij mij bemint
dus bijt mij
merk mij
blijf bij mij
voor gij u bezint

“why can’t i sleep with my eyes open?” ik zit op de bus richting stadscentrum. rufus wainwright zingt luidkeels in mijn oren. de muziek staat zo luid dat het bijna pijn doet aan mijn trommelvliezen, maar niets kan me deren. ik sta op het punt het refrein mee in te zetten wanneer ik vanuit mijn ooghoeken merk dat een oude man me een beetje vreemd zit aan te staren. ik slik mijn woorden in, mijn opborrelende lach ook en kijk dan maar grijnzend naar buiten. “why can’t i sleep with my eyes open?”

ja, waarom niet? waarom moet ik überhaupt die nood aan slapen hebben? ik wil klaarwakker zijn, vierentwintig op vierentwintig uur. als je goed in je vel zit, komen woorden moeilijker. ik kan dat als perfect excuus gebruiken voor het geringe aantal verschenen blogposts van de afgelopen dagen. het is immers een waarheid die veel schrijvers naar voor brengen: in tijden van ongeluk graaf je diep in emoties, delf je bloedmooie woorden op uit duistere grotten vol glassplinters (voel het ongemak, de pijn, het verdriet). in tijden van vreugde slorpt het lijfelijke ervaren het esthetische woordgebruik op. de energie gaat naar het ten volle beleven van het geluk.

toch zijn niet alle schrijvers het hier mee eens. er zijn er zelfs die zo ver gaan dat ze pretentieus uitroepen: “een echte schrijver brengt ten allen tijde woordkunst voort.” bullshit. tom barman zegt het zo: “de enige artiest die altijd op zijn best is, is de middelmatige.” ik geef hem volmondig gelijk.

ondertussen heeft de buschauffeur zijn gsm opgenomen. hij lacht mooi, de jongeman. stiekem bestudeer ik hem en ik zie hoe hij verdiept is in het gesprek, hoewel zijn ogen geconcentreerd de weg in het oog houden. hij heeft zwart haar, een bruine huid, een leuke lach. een italiaan misschien? of een marokkaan? ik kan mensen van een andere origine niet zo goed uit elkaar houden. ik vind dat ook niet zo nodig. schone mensen/mensen met een uitstraling trekken altijd mijn aandacht. maar goed, ik dwaal af. zo zie je maar, als ik me lekker voel, begin ik nogal snel te lullen. (brigitte kaandorp is daar ook erg goed in. onwaarschijnlijk goed zelfs.) gedachten volgen elkaar vliegensvlug op, terwijl ik de wereld rondom me heel scherp zie, heel intens ervaar. juist omdat al het geluk in mijn lijf met grote handen graait naar meer. méér.

wat ik eigenlijk wilde zeggen, is dat mijn hoofd vol zit met verhalen. grote verhalen. kleine verhalen. het is één filmische chaos in mijn hoofd. heel veel beelden wriemelen kronkelend door elkaar, om voorrang strijdend. die beelden bevatten alle minuscule details die de wereld maken. ik droom mensen. ik droom hele boeken. het probleem is dat ik me te druk voel om te gaan zitten en de woorden te ordenen tot een samenhangend geheel. ik huppel, dwarrel als een vrolijk boomblad door de koude lucht, dans aan de bushalte (als het nog/al donker is en er niet te veel mensen over straat lopen) met rufus wainwright of ellen allien in mijn oren, afhankelijk van mijn stemming. want ik lach sowieso stralend deze dagen. maar de ene keer is mijn lach uitgelaten – ik leef/ik hou van u, van u en ook van u – en de andere keer is mijn lach zacht, stil genietend, voldaan zuchtend.

zo blij ben ik niet dat hij vertrekt. wel ben ik blij dat ik hem heb leren kennen. een persoon die mij vollediger heeft gemaakt/maakt.

en ik ben blij. omdat ik haar heb. en haar. want zij en zij zijn mijn geluk op deze aarde. meer dan ooit ben ik me bewust van mijn persoonlijke betekenis van vriendschap. en zij en zij zijn de verpersoonlijkingen van die waarheid die de mijne geworden is.

het is maar dat ge het weet.

en met deze werp ik alle 633 woorden in uw welgevormde schoot.

volgens rik hoor ik tegenwoordig bij de bloggende bv’s. en daisy noemt me een racende keizerin (nog altijd gracieus, weliswaar).

de bwards doen heel wat stof opwaaien, ook in deze contreien. toen ik ontdekte dat ik op de 19de plaats sta, kreeg ik het even heel warm. potverdekke, hoe heb ik dat gelapt?

aan mij moet u het alleszins niet vragen. ik doe mijn ding, dat is alles. en dan nog in een lelijke blogspot. maar u hoort mij niet klagen. integendeel. ik stelde als hoofdprijs een interview in de vlaamse kwaliteitskranten voor. dan kennen ze mij daar ook ineens, dacht ik. u mag dus nog altijd stemmen. zeer graag zelfs.

update: aangezien er nog een tweede en derde plaats in te vullen valt, hier enkele mensjes die nog wat stemmen verdienen.

glowbutterfly: deze jonge vrouw komt steeds lieftalliger uit de hoek. ze schrijft eerlijk, mooi, gevat en kwetsbaar.

vuur: goed, beter, best! woorden zijn een verlengstuk van deze jongedame.

afvragingen: als we rik mogen geloven, mogen we vanalles verwachten de komende dagen. ook kleine keizerin brandt van nieuwsgierigheid.

tantieris: wij herkennen onszelf in elkaar. meer uitleg is bijgevolg onnodig.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.